- Orde&chaos
- 5 dagen geleden
- 10 minuten om te lezen
3e schrijver route G: Veerle Labrujere

Als ik ontwaak na die duizelingwekkende val en slaap (of wat was het eigenlijk dat ik net ervaren heb?) en mijn ogen open, moet ik een paar keer knipperen om na te gaan of ik mijn ogen nu daadwerkelijk open heb. Het is pikkedonker om mij heen. Naarmate ik verder ontwaak beginnen zich steeds meer details helder te worden aan mij. Ik hoor een ruisend geluid verderop, ik zie wat glinsteringen en zie nu dat er aan één kant van mij meer licht valt dan aan de andere kant waar het zo mogelijk nog donkerder is. De geur en het gevoel dat ik waarneem doen me denken aan een tropische vlindertuin. Het is vochtig, maar niet muf, het is een prettige sfeer. Én ik ben nieuwsgierig, open. Ik richt mij op maar vanwege het gebrek aan zicht besluit ik om op handen en voeten op weg te gaan, kruipend. Alhoewel deze plek me aan een grot doet denken voel ik geen rotsen als ondergrond maar een aangenaam fluweelachtige ondergrond. Merkwaardig…
Ik volg het licht dat steeds wat helderder wordt en het geruis is een steeds duidelijker wordend geluid, het geluid van een waterval. Ik kom uiteindelijk ook uit achter een waterval. De waterval voorkomt dat ik kan zien wat de omgeving erbuiten is. Maar zo achter de waterval is het prachtig en heerlijk. Het is een sprookjesachtige omgeving, van kleine regenboogjes die ontstaan door de spetters van de waterval en de zonnestralen die langszij komen. Het water klettert, maar komt zacht neer, alsof het heel licht is. Het brengt een aangenaam soort ruis, dat je zo in trance brengt. De temperatuur is precies goed en alles voelt hier voedend. Ik merk dat ik me verrukt voel, ik neem diepe prettige ademteugen in en adem lang uit. Ik voel me licht, haast alsof ik zweef. Alles lijkt hier precies in balans. En dan onderzoek ik mezelf wat meer, ik heb vleugels, prachtige glinsterende en fijn versierde vlindervleugels. Met een heel palet aan kleuren; paars, rood, geel, oranje en groen. Ik dwarrel en fladder door de verfrissende spetters van de waterval en voel me speels. Wat is het toch heerlijk om helemaal in de natuur en in het moment op te gaan. Terwijl ik dat besef merk ik ook op dat ik eigenlijk niets anders heb dan dit moment. Geen herinnering, geen context, geen idee wie, waar of wat ik ben. Nu voel ik angst, want zonder herinnering of identiteit voel ik geen enkele houvast, geen richting. En tegelijkertijd een gevoel van enorme vrijheid en lichtheid; ik kan en hoef me dus alleen maar te baseren op het hier en nu en mijn ingevingen! Ik voel een enorme ruimte en tijdloosheid, alles is één/verbonden, waarvan ik ergens diep van binnen weet dat die ongekend is, ook al heb ik daar geen bewuste herinnering aan. En al is het hier heerlijk vertoeven, mijn nieuwsgierigheid naar meer neemt de overhand in me. Ik fladder en zweef helemaal door de waterval zodat ik aan de andere kant uitkom. Ik kom uit in een vallei waar de waterval een meertje vult met zacht en helder water. Het is hier een rijkdom aan begroeiing. De kleinste prachtigste bloemetjes en mos en grote bomen met wortels tot in het meer, allen verbonden met elkaar en met alles. Ik wordt direct nieuwsgierig naar de oorsprong waar deze vallei het einde van is. Ik fladder omhoog en zie daarboven het beekje waaruit de waterval ontspruit. Ik besluit het beekje stroomopwaarts te volgen. En ondertussen geniet ik van het zweven over dit beekje. In de verte zie ik meer beweging. Naarmate ik dichterbij kom zie ik een kudde paarden verschijnen die zich verfrissen en hun dorst lessen in de beek, die inmiddels meer een kleine rivier te noemen is. De paarden merken mij nu ook op, spitsen hun oren en draaien hun hoofd naar mij toe. Zowel ik als de paarden lijken een moment te hebben van het aftasten van elkaar; ik stem me af op hun energie, op hun lichaamstaal die ik interpreteer als nieuwsgierig en verwelkomend. Op mijn beurt straal ik nieuwsgierigheid en kalmte uit. De paarden vormen een saamhorige kudde en ik voel de sterke behoefte om onderdeel te zijn van deze kudde. Ik steek mijn arm met vleugel voorzichtig naar ze uit als gebaar van nabijkomen en uitnodiging. Het paard met helderblauwe ogen stapt op mij af. Het buigt zijn hoofd en daardoor zie ik dat het een koker om heeft hangen die het blijkbaar aan mij wil tonen.
“Dank je wel” zeg ik, terwijl ik weet dat de communicatie met paarden niet per taal verloopt.
Ik open de koker en lees de brief.
Ik: “Aha! Vandaar dat ik me hier nu nog niets herinner”
Dan hoor ik geritsel en komt uit de bosjes een ander gezelschap tevoorschijn. Een allerhartelijkst ogend meisje benadert mij direct:
Bea: “Hallo, wat fijn om je te ontmoeten! Ik ben Bea en samen met Abe en Rosa zijn wij aan deze queeste bezig door het land van Lincei. Wij zijn heel benieuwd naar wie jij bent en met welke herinneringen en inzichten jij je bij ons aansluit.”
De openhartigheid, onschuld en het verwarmende enthousiasme van dit meisje werken aanstekelijk.
Ik: “Nou, daar ben ik even nieuwsgierig naar. Laat ik eens beginnen bij mijn naam.”
Ik open het fluwelen zakje en mijn naam verschijnt inderdaad aan me: ‘Gaia’.
Abe reageert direct: “Wat bijzonder, Gaia! 'Gaia' betekent letterlijk 'aarde' en verwijst naar de Griekse mythologische figuur van de aardgodin, die de oermoeder van al het leven is. Zij is de oermoeder, de Aarde, die ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen. De Chaos bevatte alle basisbestanddelen, de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Daaruit ontstond onder andere Gaia.”
Die Abe ziet er dan misschien lollig uit maar je merkt ook direct dat hij een grote wijsheid en levenservaring met zich meedraagt.
Ik: “ Aha, dat past helemaal bij mijn ervaringen van dit moment. Ik voel me zo verbonden met alles om me heen, de hele natuur en ik zie ook hoe alles met elkaar verbonden is, hoe alles één is en tegelijkertijd bestaat uit contrasten die elkaar in evenwicht houden.”
Er komen plots beelden in mij op met een heel sterk gevoel: ik herinner me mijn buik, zo rond als de aarde. Ik draag een kind, ik ben zwanger. Wij zijn samen één op dit moment, al zijn we ook ieder een eigen persoon. Ik voel een enorme liefde en kalmte. Alles klopt en vooral: een diep groot vertrouwen in de natuur. Tijdens mijn zwangerschap ben ik doordrongen van mijn ontzag voor en vertrouwen in de natuur. Wat een wonder is dit en tegelijkertijd zo ‘normaal’, want hele mensenmassa’s krijgen al generaties lang kinderen. Zo’n contrast van een proces dat tegelijkertijd ontzagwekkend groot en uniek is en tegelijkertijd onbeduidend klein en van alle tijden. Dit gevoel van de ‘oermoeder’ Gaia is zo sterk aanwezig in me.
Ik deel mijn herinnering met mijn reisgenoten. En ook over de paradijselijke omgeving van de waterval. Bea en Abe vertellen ook over hun bezoek aan het paradijs uit Abe’s jeugd dat inmiddels al lang geen paradijs meer is en het verdriet en zelfs wanhoop die ze daarover voelen. Vervolgens vult Rosa aan met hun ervaring die net eindigde met de dood van Coco en het roodborstje, symbool van hoop en liefde, dat neerstreek met een boodschap. Rosa ziet er haast gerimpeld en door het leven getekend uit, al is ze nog niet oud. Ze ziet eruit alsof ze de wereld op haar schouders draagt, nogal uitgemergeld. Dit klinkt als een kwetsbare aanblik, maar van kwetsbaarheid is geen sprake, er gaat een gigantische kracht uit van deze vrouw, een enorme draagkracht en weerbaarheid.
Gaia: “En wat was de boodschap van Coco?”
Rosa: “De boodschap hebben we nog niet geopend omdat we jou toen opmerkten. Zullen we de boodschap nu openen?”
Gaia, Bea en Abe stemmen in en luisteren aandachtig.
Rosa leest voor: “Wie verandering van de natuur en het natuurlijke najaagt, verraadt zichzelf en al het andere. De natuur is volmaakt in balans, waar de illusie van tegenstrijdigheden een concept van het menselijk brein is. Dood is onlosmakelijk onderdeel van liefde en van leven, allemaal onderdeel van het absolute allesomvattende en daarmee niet afgescheiden van elkaar. Ik ben er nooit geweest en/of zal er altijd zijn. Laat de illusie van mijn dood jullie verder de weg wijzen naar het ervaren van non-dualisme en jullie doen ontwaken.”
Abe kijkt wat beteuterd en lijkt bijna scheel te kijken terwijl hij deze boodschap probeert te verwerken. Bea is ook duidelijk in de war van deze complexe boodschap en de betekenis ervan maar vangt deze op met haar alom nieuwsgierige en onschuldige houding.
Rosa: Ik snap het niet, Coco is gedood, waar kan dat goed voor zijn?
Ik voel de boodschap in zijn geheel, al duizelen de woorden me als ik me daarop concentreer.
Gaia legt uit: Ja Coco is dood, op de manier die wij kennen en met de manier waarop wij nu denken. Maar in de boodschap wordt uitgelegd dat Coco er ook nog is. Als je aan Coco denkt dat zie je hem weer, ruik je hem weer, kun je hem voelen en kun je nog steeds de toeverlaat, kracht, moed en steun ervaren die hij je geeft. Zijn energie is onderdeel van het allesomvattende en is dus niet weg.
Rosa: ja dat is wel waar, dat wat ik dacht verloren te zijn voel ik juist als ik bij het verlies stilsta.
Gaia: Jouw ervaring van Coco kan nooit doodgaan en wat jij in Coco vond is eigenlijk een weerspiegeling van jouzelf oftewel van het allesomvattende dat je ook in jezelf kan vinden.
Ik ben zelf een beetje verbaasd van al deze woorden van mij, klopt het wel wat ik zeg? Waar haal ik dit allemaal vandaan?
Bea: Kijk daar is het roodborstje van de boodschap van Coco!
Rosa: Ja inderdaad, zullen we het roodborstje volgen?
Bea: Gaia, kom je met ons mee? Vind maar het paard dat jou wil dragen.
Iedereen stemt in en zo vervolgt het gezelschap zijn reis. Het roodborstje vliegt verder de rivier langs stroomopwaarts en duikt dan het bos in dat ernaast ligt. Via kronkelende elfenpaadjes leidt het roodborstje ons door het bos. En dan hoor ik gefluit, dit fluitje komt me bekend voor. Pfieuw tutu, pfieuw tutu, pfieuw tututuuuu. En dan herken ik het: dit is onmiskenbaar het familiefluitje waarmee onze familie elkaar op grote afstand nog kon bereiken. En dan herinner ik me ook dit bos.
Gaia: dit is als Koudhoorn, een gehucht op de Veluwe, daar waar wij tijdens mijn jeugd onze vrije tijd doorbrachten. En waar mijn moeder ons kon wenken met het familiefluitje dat heel wat meters werd gedragen over de weilanden en door het bos. Want toen konden we een hele dag doorbrengen in de ons daar omringende bossen en maar een enkeling tegen komen en hooguit gestoord worden door het geluid van een boer die zijn land bewerkt. We waren telefonisch niet bereikbaar en internet bestond nog niet. Heel soms konden we op ons kleine tv-tje de publieke zenders bereiken met onze antenne. Ik herinner me dat we daar leefden met de seizoenen, met de weersomstandigheden. Ik herinner me ook het enorm indrukwekkende onweer wat daar over kon komen, volgens mijn moeder omdat er relatief veel ijzer in de grond daar zat. Al deze herinneringen zijn van een zeer vreedzame en kalme aard. We leefden daar sociaal best wel afgezonderd, maar wel verbonden met de elementen en de natuur. Als ik aan moeder Aarde denk, dan denk ik aan Koudhoorn.
Abe: dat klinkt ook als een paradijs zoals ik heb gekend!
Gaia: dat klopt, al was het toentertijd voor mij een vanzelfsprekendheid en herkende ik het niet als paradijs.
Bea en Rosa: denken jullie bij een paradijs ook aan een plek in de (ongerepte) natuur?
Rosa antwoordt eerst: het paradijs voor mij is de plek waar mijn reis begon, alleen dan zonder vast te zitten. Strand, jungle, helder water, aapjes. Bij een paradijs stel ik me zo’n soort plek voor, een plek waar alles goed is zoals het is, waar harmonie heerst, dan voel ik me zo één met de natuur.
Bea: En eigenlijk zijn we dat ook toch? Wij zijn onderdeel van de natuur. Als we er zo over praten klinkt het haast alsof wij zelf geen onderdeel van de natuur zijn. En ik heb jullie paradijzen allemaal mogen meemaken, en vind ze allemaal op een andere manier paradijselijk.
En dan verschijnt er in het bos een open plek, met een steencirkel, in spiraal vorm, twee spiralen in elkaar, twee ingangen.
Bea loopt er met haar enthousiasme op af en gaat door één van de spiralen lopen. Abe loopt al mompelend met een vragende blik de andere spiraal. Tot ze elkaar in het midden tegen het lijf lopen. Ze reageren allebei opgewekt over deze ontmoeting en geven elkaar een knuffel. En dan gebeurt iets wonderlijks: ineens vliegen er van alle stenen vlinders op, van allerlei verschillende soorten. Ze fladderen en zweven om Abe en Bea heen. En vormen vervolgens een pijl richting een grote boom met een uil erin. Als het hele gezelschap zijn afwachtende en nieuwsgierige blik op de uil gericht heeft spreekt deze, rustig en gewichtig:
Rosa, hier is je kans om de kist te openen en bevrijd te worden van het touw dat je zo zwaar met je meedraagt. Zodat je de harmonie vindt in jouw paradijs. Om harmonie te vinden daarbuiten, dien je eerst harmonie te vinden in jezelf. Laat je leiden door de vlinders en verenig alle dualiteiten in jezelf die je nu van innerlijke rust onthouden. Je trouwt met jezelf!
Een zwarte en witte vlinder vliegen naar de twee ingangen van de spiraal en blijven daar wachten:
De uil vervolgt: Verenig je met zowel het donkere en duistere als met het lichte en heldere in jezelf: volg de zwarte vlinder door de spiraal en verenig je donkere kant met je lichte kant in het midden van de spiraal waar je de witte vlinder ontmoet.
Rosa loopt bedachtzaam door de spiraal en laat zich leiden en omringen door de vlinders. Als zij zich verenigt heeft met de vlinders, nemen zij een stuk touw en vliegen ermee richting zee. Richting de kist.
Dan volgen een witte en een rode vlinder: Volg deze vlinders door de spiraal en verenig je met de mannelijke en vrouwelijk energie in jezelf.
Vervolgens volgen nog vlinders die symbool staan voor pijn en geluk, voor goed en kwaad, controle en loslaten, vuur en water.
Uil spreekt: en als laatste twee regenboogvlinders die symbool staan voor de vele andere dualiteiten die onze innerlijke harmonie kunnen verstoren en ons ervan weerhouden om het absolute allesomvattende te omarmen, de natuur waar niets aan veranderd hoeft te worden omdat zij perfect is in haar zijn, net zoals jijzelf.
Rosa straalt inmiddels van top tot teen. Zo kwetsbaar en zwaar beladen als ze oogde toen ik haar ontmoette, zo krachtig en stralend oogt ze nu. De regenboogvlinders nemen het laatste stukje touw met zich mee nadat Rosa zich met hen heeft verenigt.
Uil: gefeliciteerd Rosa, dat je maar trouw mag zijn en blijven aan jezelf en daarmee aan al het andere.
Gaia, Abe en Bea beginnen van extase te joelen en dansen en Rosa doet met ze mee. Ze dansen woest en zacht, klein en groot enz.
Ze bouwen met elkaar een vuur en dansen een tijd door met elkaar. Maar dan ineens horen ze een heel hard geluid in de verte dat hun feestje ruw verstoord…..


