top of page
Zoeken

Het land van Lincei: Lora

Personage Lora uit Het land van Lincei
Personage Lora uit Het land van Lincei
2e schrijver: Vanessa de Boer

Wow, wat schijnt dat zonlicht krachtig op al die verschillende kleuren groene bebossing zeg.

Ik zie een varen, een soort palmachtig boompje en zowel verschillende soorten

bodembedekkers met hier en daar een bloemetje, als hoge bomen. Wat is het mooi hier en vredig ook. Een licht briesje doet de bladeren zachtjes dansen, de zon schijnt warm en voelt zacht. Het is alsof de tijd hier volledig stilstaat. Het stukje natuur waar ik op uitkijk, lijkt me te verwelkomen. Alsof het er altijd is geweest, onaangetast en er ook altijd zal zijn.

Ik: Hoe oud zou dit bos zijn? Voor m’n gevoel al eeuwen oud.

Ik: eh.. hoe goed ik me hier ook voel.. waar ben ik eigenlijk? En was ik niet ergens naartoe

op weg?

Ik begin voorzichtig naar die groene oase toe te lopen waar ik zo’n 50 meter van verwijderd

ben, tot ik een scherpe pijn in mijn onderrug voel. Oh, dat is echt niet goed hoor, een soort

zenuwpijn-scheuten. Hoe kom ik daar nu weer aan? Ik begin langzaam door te krijgen dat ik een soort geheugenverlies heb ofzo. Ik besluit voorzichtig door te lopen om te kijken of ik

ergens iets herken. Volgens mij hoor ik in de verte water stromen namelijk. Zou dat een rivier zijn?

Tussen de tropisch ogende vegetatie zie ik soms ook een crème met goudkleurige

paddenstoel groeien. Heel mooi om te zien zijn ze, met wel honderd draden per

paddenstoel. Op sommige plekken kan ik zelfs het schimmelnetwerk onder de grond zien.

Dit stelsel, dat door zou kunnen gaan voor de wortels van die paddenstoel, lijkt hele

plantsoorten met elkaar te verbinden onder de grond. In oude Mexicaanse legendes wordt

wel gezegd dat als je ze zou eten, de werking van dit soort paddenstoelen boodschappen

van Moeder Aarde komen brengen aan de mensen. Het zou je in contact kunnen brengen

met een hogere werkelijkheid.Ik: wacht, hoe weet ik dit allemaal?

Ik: verrek! Wat beweegt daar?

Ik hoor bladeren ritsen en iets glimmend laat zich af en toe in een flits zien. Dat glimmende, lichtroze bijna parelmoerachtige lijken wel een soort schubben. Het is dus een beest, daar ben ik wel achter maar ineens kan ik ook z’n gezicht, spitse lange neus en grappige omhoogstaande oren zien. Het is een gordeldier! Op dat moment kijkt het mij recht in de ogen aan. Ik zweer het je, het lijkt me wel toe te lachen. Het komt met een paar

slingerbewegingen naar me toe gelopen. In zijn weg naar mij, graaft hij wat in de aarde en

kijkt hij geregeld -vol vertrouwen- naar mij, omhoog. Wat een vriendelijk diertje. Het lijkt

me iets te willen zeggen. Nou kan het dier natuurlijk niet praten, maar toch krijg ik in stilte

steeds iets door. Eerst begreep ik niet waar dit vandaan kwam, want eerlijk gezegd ‘hoorde’

ik dit al toen ik een paar minuten geleden iets onder de bladeren zag bewegen. Maar ik

wuifde het weg. Maar nu klinkt het steeds luider in mijn hoofd en krijg ik door dat het van t

beestje af komt..

Auw, weer die steek in m’n rug. Nou eerst maar eens kijken of ik in dat stukje woud iets van

een bed kan maken ofzo. Want voor je het weet, is het donker en ik weet eerlijk gezegd niet

hoe lang ik hier zal moeten verblijven. Ineens heeft het vredige gevoel van eerder

plaatsgemaakt voor een onheilspellende sensatie want hoewel ik niet weet wie ik ben, ik

schat mezelf niet in als een survival deskundige.

Ik loop een stuk verder en dat stukje bos, opent zich naar meer weelderig woud. De

begroeiing gaat eindeloos door tot zover ik kan zien. Ik loop er in en besluit op het geluid

van het water af te gaan.

Verbaasd als ik ben, voelt het tegelijkertijd als vanzelfsprekend dat het gordeldiertje me volgt, terwijl het z’n eigen ding nog steeds doet. Het eet wat miertjes en soms een gevallen vrucht van de immense bomen. Maar het houdt me in de gaten, steeds een paar meter achter me.

Ik: Echt bizar dit. Ik kan boodschappen van dieren ontvangen en verder weet ik niks, echt

helemaal niks.

Terwijl ik loop voel ik hoe zacht mijn blonde haar is. Het is lang met een lichte slag, geen

knoop te bekennen. Verder lijk ik een normaal postuur te hebben, ben ik iets aan de lange

kant en loop ik op blote voeten. Ik zou wel willen zien hoe ik eruit zie..

Het begint nu te schemeren en ik voel hier en daar een mug naar m’n benen trekken.

M’n adem stokt, wat is dit nu? Om de hoek van de begroeiing toont zich eindelijk een stuk

rivier en sta ik plots oog in oog met iets van 20 paarden!

Ik: Wow wat een mooie beesten, is dat een wilde kudde ofzo? En waarom zijn hier alleen

maar dieren en geen mensen?

Een groot sierlijk bruin paard komt op me af met z’n oren strak naar voren wijzend. Ik kan

zien dat hij heel nieuwsgierig is naar iets en hij komt met een stevige pas op me af lopen.

Vlak voor me legt hij zijn neus op mijn schouder, ik voel zijn uitademing uit zijn ronde open

neusgaten tegen mijn wang. Wat een lieverdje, de tranen springen in me ogen. Ik dacht dat hij me een soort knuffel gaf maar ineens merk ik waar hij zo nieuwsgierig naar is. Het

gordeldiertje is zeker moe of misschien bang geworden en is via de achterkant van mijn

lichaam omhoog gekropen en heeft zich, toen ik de kudde paarden zag, om mijn nek gekruld. Nu voel ik zijn klauwtjes ook, zich zachtjes vastklemmend aan mijn huid. Het paard

maakt contact met mijn nieuwe gepantserde vriend en laat mij hem tegelijkertijd in zijn nek

aaien. Zachtjes klop ik op zijn hals. Wat een vertederend moment is ook dit weer.

Ik: Wat is dat toch, de aanwezigheid van dieren is zo ontzettend troostend. Het opent me en brengt onmiddellijk een gevoel van dankbaarheid en liefde teweeg.

Dan hoor ik ineens:

Hey ik ben Bea, wie ben jij?

Ik schrik me dood! Maar er komt nog een paard op me af, met een meisje met pikzwart haar erop.

Ik: ehhh, ja, ehhm… hoi… ik ben…. Ik weet eigenlijk niet hoe ik heet. Sorry maar ik kom

van het bos vandaan… Ehh… ik denk dat ik met mijn hoofd ergens op gevallen ben, want ik

weet niks meer. En heb ook vreselijke rugpijn. Ehh… en jij?

Jezus, waarom stamel ik over woorden?

Bea vertelt me haar verhaal en laat me de brief van Lincei lezen.

Ik vraag aan Bea: Dus Lincei weet ook wie ik ben?

Bea: Kennelijk ja. We lijken hier allemaal met een reden te zijn. Ik denk dat er nog meer

mensen zich bij ons zullen voegen om hopelijk de raadselen van de lynx gezamenlijk te

ontsluieren. Ik vraag me echt af welke bestemming wij hier hebben en wat het is dat wij

dienen te ontdekken of zullen moeten manifesteren.

Er gaan veel gedachten door me heen.

Ik: Zou de boodschap van het gordeldier en het feit dat ik die kan horen 1 van de bewijzen

zijn dat wij mensen een sterke band met de natuur hebben, zoals de lynx noemt? Maar ook denk ik aan waarom ik uitgekozen ben. En niet geheel onbelangrijk: zou ik kinderen hebben eigenlijk? Of een partner? En zo ja, waar zijn die dan in hemelsnaam?

Ook ik puzzel een tijdje met 7 letters uit het buideltje en kom uiteindelijk op Lora uit.

Al gauw komt het bruine paard met de witte bles dat net al kennis met me maakte naar me toe lopen en duwt zachtjes zijn hoofd tegen mijn billen aan. Whoops daar maak ik een klein sprongetje en doe ik een paar passen vooruit. Hij brengt me bij een rots op heuphoogte. Ik kan er gemakkelijk opklimmen en ja hoor, daar staat het paard gewillig naast het ‘opstapje’.

Ik hoef alleen mijn been nog maar over hem heen te leggen en ik zit op zijn rug. Alsof hij wist dat ik met deze pijn absoluut onmogelijk op hem had kunnen komen. Het gordeldier heeft zich nog steeds genesteld in mijn nek en een stukje van mijn bovenrug. Zijn achterkant past precies een stukje in het shirt dat ik aan heb. Volgens mij slaapt het diertje inmiddels.

Bea en ik besluiten samen verder te stappen op de rug van deze nieuwe kameraden. De

kudde volgt.

Servus, zo heet mijn paard en zijn naam betekent ‘trouwe dienaar’ stapt met een ferme pas op een paadje langs de rivier. Het lijkt te weten waar het naartoe gaat dus ik leg mijn

vertrouwen volledig in zijn handen. Het paard van Bea loopt dicht naast me en ook hij

stevent vol focus af op het -voor ons volledig- onbekende.Bea en ik proberen een praatje met elkaar te maken maar small talk is niet echt mogelijk,

gezien het feit we niks over onszelf weten. Tevens ademt de situatie nou niet echt een sfeer om voor z’n ouwemoers kont weg te gaan ‘kletsen’. Dus na onze kennismaking en uitleg aan elkaar om zoveel mogelijk ‘clues’ uit te wisselen, zijn we soms hele periodes stil. Of we neuriën wat. Liedjes kennen we niet echt maar gek genoeg, zoeken onze stemmen elkaar en zingen we soms bepaalde klanken die zich steeds herhalen. Zoals een eeuwenoude mantra zou klinken. Misschien wel van de Indianen, of nog ouder.. de maya-stammen of zoiets dergelijks. We weten beiden niet hoe we de melodie kennen maar het stemt ons rustig. Ik ben heel blij dat ik haar en de kudde ontmoet heb en ik waardeer haar aanwezigheid enorm.

Ze heeft een vriendelijke glimlach al kijkt ze het grootste deel van de tijd vrij serieus uit haar

ogen. Ze vraagt: maar wat zei het gordeldier nou eigenlijk?

Ik: het zei: “het is allemaal goed. je bent beschermd”.

Wat dit precies betekent weet ik niet, maar toen ik het hoorde stemde het mij in ieder geval wel gerust. Het diertje zei het met zo veel liefdevolle overtuiging dat ik niks anders kon doen dan de boodschap volledig binnen te laten komen en te aanvaarden. Het was alsof het aan iets kleefde dat dit binnenin mij ook wist. Dat niemand van ons echt aangevallen kan worden omdat er een stroom van leven, die voorbij gaat aan alles, voor ons zorgt. Tja kauw daar maar eens op Bea, grinnikte ik van binnen.

Dan horen we in de verte iets. We kunnen het niet gelijk plaatsen. Een soort geschreeuw..

Een hulpkreet? Het lijkt van de rivier af te komen. Terwijl we proberen thuis te brengen waar het steeds harder wordende geluid vandaan komt, zien we dat de rivier ineens enorm wild is geworden. De oevers staan op springen en er ontstaan hoge golven. In de bochten ketst het water hard omhoog. En dan zien we het. Iets dat op 2 menselijke gedaantes lijkt, komt in een bootje keihard naar beneden onze richting op varen. Het bootje wordt steeds bijna onder water gezogen door de sterke stroming en draaikolken in het water. 1 persoon probeer nog iets te doen met een roeispaan, de ander houdt zichzelf alleen nog maar vast aan het bankje.

Het kan elk moment kapot slaan op de rotsen in het water.

“Help” horen we nog steeds.

Ik spring van mijn paard en ik check zo snel als ik kan in alle draagtassen die een aantal

paarden om hebben, of ik iets van een touw kan vinden. Pardoes vind ik iets van een

gevlochten stuk stof... ik ren naar de oever toe, Bea volgt mij op de voet. Hopelijk zijn we

nog op tijd.

Zou ik het koord ver genoeg kunnen werpen?? Kunnen ze het vastgrijpen nu ze om de hoek komen?

Dan roept Bea iets naar me

Bea: Bind het touw om je middel en hou jezelf vast aan die sterke takken van de wilg daar..

Ze helpt me met de knoop om mijn lichaam heen. Dan is er geen tijd meer en moeten we

het touw wel in de rivier gooien.

Pak vast! Roepen we beiden. Pak het vast! Één persoon lukt dit maar de ander vaart met een snelheid van wel 60 km per uur door de

vallei in. Zou hij of zij het halen?

En wie is deze persoon die zichzelf naar de kant klautert, het touw stevig vasthoudend. Ik

moet me behoorlijk stevig vastgrijpen aan deze tak. Hijgend van de inspanning heeft hij de

kant gehaald en knielt hoestend voor Bea en mij neer..


 
 
 

Opmerkingen


© 2023 by Orde & Chaos 

bottom of page