top of page
Zoeken

Het land van Lincei: Mila

Personage Mila uit Het land van Lincei
Personage Mila uit Het land van Lincei

5e schrijver Herenboerenroute: Zoë Anne Nijsten


Ik ben geland. En hard ook. Dat is alles wat ik weet. Het kan niemand ontgaan zijn denk ik

nog. Wat een dreun. Of zou hier niemand zijn? Een vreemde gedachte wellicht maar de

wijsheid van de grote open plek in dit oeroude bos vertelt me dat de ruimte hier eindeloos is. Net als de mogelijkheden.

Waar ik ben, geen idee. Er is ruimte. En stilte. Het is avond, al bijna nacht. Er is grond onder

mijn voeten na een reis langs tienduizenden sterren waarbij ik de tel kwijtraakte en in slaap

viel. Waarschijnlijk ben ik uit de lucht gevallen. En wakker geschrokken.

Wat ik alleen nog weet is ik dat ik net als dit grote bos oeroud ben. De stammen glimlachen naar me als oude bekende en omarmen me alsof ik thuis gekomen ben. Ik leg mijn kop zachtjes tegen hun bast.

Mijn kop…? Ja, mijn kop!

Een zware gepantserde kop met enorme sprekende ogen, zo voel ik dat. En ik kijk naar mijn poten. Mijn poten? Ja, mijn poten. Die heb ik. Bedekt met schubben en lange nagels die lijken licht te geven in het sterrenlicht. Ongelooflijk… is dit wie ik ben?! Vraag ik me hardop af.

Wederom glimlachen de bomen en antwoorden met z’n allen in zacht fluisterende stemmen: “Hier ben je die je wilt zijn of altijd al was”.

Raadselachtig. Krachtig. Ik voel me oersterk. Verbonden met de aarde. Tenminste, als dit de

aarde is. Om rustig te ontdekken wie ik in dit lichaam ben draai ik mijn grote kop over mijn

schouders naar links, en dan naar rechts. Ik ontdek een lang groot lichaam, bedekt met

schubben en lijnen in honderden kleuren. Uitlopend in een lange staart met twee grote

gevouwen bijna doorzichtige vleugels aan weerszijden. Wauw… Ik lijk wel een… draak?!

Een beetje onder de indruk ben ik wel maar ook voelt het gek genoeg heel gewoon. Precies

die ik altijd al was. Hoor ik de bomen weer fluisteren.

Ik: Waar ben ik, wie ben ik en waarom ben ik hier?

Terwijl de vraag in de lucht blijft hangen en zich als een echo herhaalt, zakken de bomen in

de aarde en doemt om mij heen een enorme rots op. De rots groeit en groeit en verheft zich hoog boven een zandvlakte uit. Het zand glijd als kolkend water langs de randen naar

beneden en ik zie een uitgestrekt land verlicht in een plotselinge ochtendzon. Ik sta hoog op de rotsen en wat ik zie beneden mij lijkt een groot oog.

Een mooie glijvlucht naar beneden lijkt me een bijzonder goed idee. Even de vleugels

spreiden. Ergens in de verte zie ik rook. Waar rook is… is vuur denk ik. Misschien mensen?

Iets lekkers? Ik zal als draak ongetwijfeld van vuur houden en dus spring en vlieg ik enkele

tijdloze kilometers. Ik land dit keer zacht, aan een brede rivier. Het laatste stuk zal ik

zwemmen. Lekker even afkoelen. De zon is al warm. En ik zelf ben dat ook. Een prachtige mandarijneend zwemt ineens naast me.

Ik: Hallo, wie ben jij?

Jane: Ik ben Jane en ik ben vegetariër.

Ik: Ja, dat zie ik. Hoewel ik dacht dat eenden ook slakken eten?

Jane: Eenden? Slakken? Waar heb jij het over?

Jane kijkt naar haar reflectie in het water en slaakt een gilletje.

Jane: Wat heb je gedaan?

Ik: Ik heb niets gedaan, ik was gewoon even lekker aan het zwemmen.

Jane: Nou ja, dit kan er ook nog wel bij. Een eend. Ik ben toch geen eend?

Ik probeer haar te zeggen dat ik eenden heel mooi vind en dat ze ook enorm nuttig zijn maar ze lijkt niet helemaal in het juiste humeur om er verder over te praten dus ik houd mijn mond.

Jane: Kom ik laat je de anderen zien die hier wonen. We hebben geen idee eigenlijk wat we

hier aan het doen zijn maar we zijn best heel gezellig samen, leren elkaar steeds beter

kennen en we verbouwen voedsel. Hoewel ik me afvraag of dat als eend nog wel nodig is.

Nou, kom op, kom maar mee. Ik laat het zien. Iedereen is welkom hier.

De rook komt dichterbij. Er brandt naast een prachtig bloeiende kruidentuin een lekker

vuurtje waarop gekookt wordt. Leo staat het land te schoffelen, Tyke is nergens te bekennen en Bea roert in een grote pan. Er zijn dikke grote aardbeien als toetje. Heerlijk.

Bea: Etenstijd jongens!

Ik: Lekker.

Waarom ik dat zeg weet ik eigenlijk niet. Ik heb gek genoeg helemaal geen trek.

Verschrikt kijken Bea en Leo op naar de draak en de eend. De kudde paarden die rustig staat te grazen steigeren en gaan er in rengallop vandoor. Zelfs Sleipnir, het paard met de blauwe ogen galoppeert weg en laat in zijn haast het zakje met de letters voor de voeten van de draak vallen.

Bea: Wie zijn jullie? Vraagt Bea nog een beetje geschrokken.

Jane: Ik ben het Bea, Jane! Die draak heeft me betoverd geloof ik mompelt ze een beetje

humeurig.

Ik: Ik ging alleen maar zwemmen….

Ook Leo mengt zich nu in het gesprek.

Leo: Zozo, een eend Jane? Een wilde eend? Hij vindt het zelf erg grappig maar niemand lijkt

het grapje te snappen.Leo: En wie ben JIJ dan?

Hij kijkt me nieuwsgierig aan.

Ik: Geen idee, ik ben die ik wil zijn of altijd al was, zeiden de bomen maar ik weet eigenlijk

niet hoe ik heet. Wat is jullie naam?

Bea: Bea, zegt Bea die direct in een Beo verandert en dat wel lollig lijkt te vinden.

Leo: Leo, zegt Leo, die ineens een leeuw is en heel hard een fantastische brul geeft.

Bea: Het lijkt erop dat je ons in dieren verandert!

Ze vliegt blije rondjes om de draak heen. Ook Leo lijkt zich prima te voelen als leeuw en likt

zijn zachte poten rustig. Hij is niet meer zo verrast want eerder veranderde hij al van

Bosjesman in een ruige bink met lang krullend haar. De krul zit nog een beetje in zijn

manen, wat hem een bijzonder mooie leeuw maakt. Wellicht is het zo nog veel makkelijker

konijnen te vangen denk hij tevreden.

Ook Jane lijkt het eend zijn wel interessant en leuk te vinden. Ze zit zichzelf te poetsen en

bewondert haar eigen prachtige verenkleed. Vliegen, ja, dat kan ze nu ook. Misschien iets

minder snel dan Bea, maar toch… best geweldig eigenlijk.

Het lijkt erop dat ieder tevreden is met deze transformatie. Gelukkig maar… denk ik. Ik mag

dan een draak zijn maar voelde me ook maar kwetsbaar, zo tussen nieuwe mensen in deze nieuwe wereld waar alles mogelijk is. Bovendien ben ik dol op paarden en was het niet de bedoeling ze weg te jagen. En leek dat samen voedsel verbouwen me ook best heel leuk.

Bea: Zeg draak, het wordt hoog tijd dat jij je naam krijgt.

Ik: Ow! Ja, dat zou fijn zijn. Wat betekent jouw naam?

Bea: Gezegende geluksbrenger of reiziger.

Ik: Waar ga je dan heen op reis?

Bea: Dat ben ik vergeten, we zijn hier gewoon lekker bezig nu.

Ik: Ow, ik hou wel van reizen. Wist je dat paarden ook symbool staan voor reizen?

Bea: Ja, nu je het zegt. Ze zullen wel terugkomen en dan is het denk ik tijd om verder te

gaan.

Leo: Verder te gaan? Trouwens, waar is Tyke?

Jane: Ja, ik denk ook dat het tijd is om verder te gaan. Leo kan jagen, ik eet slakken, Bea vind ook vast wel wat en Tyke, inderdaad, waar is Tyke? Trouwens, En wat eet een draak?

Ik: Geen idee, ik heb eigenlijk nooit honger maar ik hou wel heel erg van bloemen.

Bea: Hier, het groene zakje. Kijk, daarmee krijg je een naam.

Ik pak het nieuwsgierig aan. Het betekent wel wat, een naam. Zachtjes en een klein beetje nerveus schud ik het zakje, wat een beetje moeilijk is met mijn grote poten maar uiteindelijk vallen er vier

letters uit. I

A

M

L. I am L? Spreken we nu ook Engels hier denk ik, maar ik hou het voor me.

Soms heb ik een eigen wijsheid die ik zelf ook niet eens kan volgen.

Ik: Liam? Nee, ik ken een Liam maar dat ben ik niet. Mila! Ja, dat is het. Ik ben Mila.

Bea: Mila betekent “wonder”

Leo: En ook “woord”

Jane: En “geliefd”

Ik glim van trots, dat is een hele mooie naam.

Ineens kom Tyke aangelopen die ergens in slaap gesukkeld was en kijkt verwondert naar het babbelende stel dieren op het land.

Tyke: wat is hier gebeurd?

Hij kijkt naar de draak en verandert direct in een paard. Hinnikend galoppeert hij een rondje. Hij komt niet meer bij van het lachen en ook Jane snatert en schatert mee als eend.

Tyke: Wat ik wilde vertellen is dat ik kinderen heb horen zingen verderop! Het klonk als een lied vol betekenis, iets waar we allemaal iets van kunnen leren of waar we naartoe moeten gaan.

Bea: Maak je weer grapjes Tyke, je bent immers een bengel.

Tyke: Nee echt, ik werd ervan wakker en ik denk dat we ze moeten gaan zoeken, kom!

De hele kudde paarden komt rustig aangewandeld en iedereen beseft dat het misschien wel tijd is voor een nieuwe reis. Best even jammer, om het achter te laten, dat Kleine Aardse Paradijs… Maar de mogelijkheden zijn hier oneindig en wie weet wat er nog wacht. De heuvels strekken zich uit, de bloemen buigen beleefd om te bedanken voor de goede zorgen. En zingend vertrekt de groep van 5 dieren in de wind. De Beo, de leeuw, de eend, het paard, nou ja eigenlijk alle paarden, en de draak.

De bomen blijven fluisteren over iets of iemand die er aankomt die mogelijk iedereen wel heel bijzonder vindt…

 
 
 

Opmerkingen


© 2023 by Orde & Chaos 

bottom of page