top of page

Het land van Lincei: Nour

9 sep
5 minuten om te lezen
Personage Nour uit Het land van Lincei
Personage Nour uit Het land van Lincei

5e schrijver: Paula van Loenen


Het is donker en koud. Ik lig op een harde ondergrond en alles doet pijn. Heb

ik geslapen en droom ik nog? Ik sluit mijn ogen weer. Ik ben niet van het

donker, ik ben meer van het licht en de zon. Als het zwakke maanlicht

tevoorschijn komt zie ik vaag takken en bomen. Waar ben ik? Het is zo stil, zo

stil is het in mijn beleving lang niet meer geweest. Ik voel langs mijn pijnlijke

lichaam en ontdek iets van mijzelf. Mijn hoofd met half lang haar, een trui die

wollig aanvoelt, benen in broekspijpen en stevige schoenen aan mijn voeten.

Gelukkig stevige schoenen, daar hecht ik aan. Ik moet straks, zodra het kan, uit

dit bos naar het licht. Ik schuif een klein stukje opzij en voel een zacht stukje

mos waar ik op kan liggen.

Ik moet geslapen hebben want ineens is er iets meer daglicht. Ik probeer tegen

een boom te gaan zitten. Het gaat moeizaam maar het lukt. Het lijkt wel of ik

uit de lucht naar beneden ben gevallen. Gelukkig is er niets gebroken.

Dan wordt de stilte ineens doorbroken. Ik kijk om me heen maar kan niet

ontdekken wat het geluid is en waar het vandaan komt. Ik hou me stil en kijk

door de bomen. Vast een dier dat net zo nieuwsgierig is als ik ben. Er is geen

dier te zien maar als ik nog eens goed kijk zie ik tot mijn schrik een man. Hij zit

op een afstandje van mij, tegen een boom. Hij kijkt naar mij en ik kijk terug. Als

ik beter kijk zie ik dat het meer een jongen is dan een man.

We kijken alleen en zeggen niets. Het gekke is dat dit me niet verontrust, het

voelt veilig. Dan verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. Voorzichtig lach ik

terug. Misschien kan hij me helpen schiet het door me heen. Hij staat op en

loopt langzaam naar me toe, en hurkt neer. Hij wijst op zichzelf

"Eye" zegt hij. Hij spreekt een voor mij vreemde taal die ik, gek genoeg, toch

versta. "En jij?" vraagt hij. Ik schud mijn hoofd en zeg:

"ik weet niet hoe ik heet, raar maar waar".

Nu hij dichterbij is kan ik hem beter bekijken. Het is inderdaad een jongen.

Donker haar, donkere kleding en ongeveer net zo groot als ik ben. Ik probeer te

gaan staan maar voel me nog wankel. Hij geeft me zijn hand als steun. Samen

gaan we het bos uit en ondanks al mijn vragen over deze rare gewaarwording

lijkt het zo te horen. We gaan naar het licht. Ik ben nog stram maar we lopen

heel rustig, hij past zich aan.

Als we bij de rand van het bos komen is er weer licht en kleur. Er loopt een

rivier door het mooie landschap en daar lopen we naar toe. Misschien kan ik

daar wat drinken. Eye zegt dat het veilig is om het water te drinken, het is

helder en heerlijk fris. Ik schep wat water met mijn handen en drink gulzig. Dan

ontdek ik een bandje om mijn pols, er staat iets op. Ik lees "Nour"! Oke,

eindelijk een teken. Ik wijs op mezelf en zeg

Nour: ”ik denk dat ik Nour heet". "Nour betekent licht en daar hou ik van"!

Eye snapt het. We spreken niet dezelfde taal maar we begrijpen elkaar goed.

Zo zittend aan de oever van de rivier zorgt de warmte van de zon ervoor dat ik

me beter voel. Tegelijkertijd spoken er nog steeds allerlei vragen door mijn

hoofd. Waar zijn we hier en waar kom ik vandaan?

Eye: "Waar jij vandaan komt weet ik niet maar dit is het land van Lincei".

Nour: Het land van Lincei?

Eye:" Ja waar ik woon leven we met en van de natuur. Iedere bewoner heeft zijn

eigen taak. Je doet waar je goed in bent en dat is je bijdrage aan elkaar. We

leven in harmonie en en alles gaat in samenspraak en overleg ".

Als ik naar zijn verhaal luister denk ik aan de vredige stilte in het bos. ik voel

me verward, er flitst een andere wereld door mijn gedachte. Kom ik daar

vandaan? Pfff ik geef me voorlopig maar over aan deze wonderlijke, mooie

wereld van Eye.

Eye:" Zal ik je laten zien waar ik woon? Ik was eigenlijk op zoek naar de

paarden maar misschien hebben de anderen ze inmiddels gevonden".

Mijn nieuwsgierigheid is groot. Liggen daar de antwoorden op al mijn vragen?

Nour: ”Oke, ga jij maar voor, ik voel me al een stuk beter gelukkig".

We lopen eerst een stukje langs de oever van de rivier tot Eye stilstaat bij een

ondieper gedeelte. Hier waden we naar de overkant dan langs wat struikgewassen, bossages. Eye kijkt even achterom en vervolgt dan zijn weg. het struikgewas

wordt dichter en we klimmen over enkele rotspartijen. Plotseling

stopt Eye en hij wijst in de verte, daar is zijn dorp.

Ik kijk tussen de plooi van gegroefde hellingen en zie een stuk bewoonde

wereld. Een dorp in een groene vallei met mensen, hutten, tuinen en akkers.

We gaan even zitten om uit te rusten en alles goed te bekijken. Dan, terwijl we

op een afstand naar het dorp kijken, komen er twee mannen aangelopen. Eye

vraagt mij even te wachten

Eye: ”het is mijn broer" en loopt de mannen tegemoet. Op een afstand

zie ik de mannen opgewonden praten en gebaren maken. Ze kijken ook mijn

kant op. Even later lopen de mannen richting het dorp en komt Eye naar mij

toe. Eerst zegt hij niets en kijkt mij alleen maar aan.

Nour: ”Is er een probleem?" vraag ik.

Eye: ”Niet echt een probleem maar wij waren vannacht alle drie op zoek naar

de paarden. Ik heb ze niet gevonden maar mijn broer wel. Deze paarden horen

namelijk bij de rivier. Zij leven hier al heel lang in vrijheid en wij weten niet

beter dan dat ze er zijn. Drie dagen geleden was een van onze vrouwen bezig

bij de rivier toen ze een lange vrouw met zwart haar bij de paarden zag staan.

Ze praatte tegen de dieren en het leek of zij ze in haar ban had. Ze gingen met

haar mee en sindsdien zijn de paarden weg.

Mijn broer heeft de paarden vannacht gevonden in de bergen, bij de lange

vrouw. Ze was niet meer alleen maar samen met nog twee andere vrouwen en

een man. De paarden waren nog met hen samen.

Nour: ”Ze zijn dus terecht?"

Eye:"min of meer wel, maar mijn broer vraagt zich nu af of jij een van hen bent,

ken jij deze mensen misschien Nour?

Nour: ”Nee, ik ken mezelf amper dus hoe zou dat kunnen?"

Eye: "Mijn broer is nu naar het dorp om te overleggen wat te doen.

Moeten ze contact leggen met deze groep? Hen vragen wat hun doel is? Ze uitnodigen in

ons dorp? Ze zagen er vredelievend uit al droeg een van de vrouwen een boog

om te jagen.

Eye: Wij jagen niet, de dieren om ons heen hebben net zulke rechten

als wij mensen. Wil je mee naar mijn dorp Nour''?

Nour: Heel graag Eye, ik zou niet weten waar ik anders heen moet. Ik ben heel

benieuwd en hoop dat de mannen een oplossing vinden om de paarden weer

bij de rivier te krijgen.

 
 
 

Opmerkingen


© 2023 by Orde & Chaos 

bottom of page