Het land van Lincei: Leo
- Orde&chaos
- 7 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
2e schrijver route Herenboeren: Maurice van Oostrom

Als ik nu terug denk aan die eerste momenten in het land van Lincei is het eerste wat ik me herinner dat ik heel bewust was van mijn omgeving, maar juist helemaal niet van mezelf. Ik lag op mijn zij in het gras en toen ik mijn ogen opendeed, voelde ik niets van de klap die de landing had veroorzaakt en evenmin was ik verbaasd over wat er allemaal was gebeurd. Nee, toen ik mijn ogen opendeed zag ik gras, bloemen en tegen de duinen tekende zich een Schotse hooglander af. Mijn focus richtte zich op een prachtige bloem. Op de lange groene stengel liep een mier richting de paarse bloem. Ik heb nooit een uitgesproken voorliefde gehad voor de natuur, maar nu was ik gefascineerd. Ik rook het kruidige mengel van het grasveld en zijn bloemen en planten en leek de voetstappen van de mier te kunnen hóren. Ik weet nog goed dat ik me afvroeg of die mier een missie had. Een lieveheersbeestje landde op een blad en trok mijn aandacht. Zijn vleugels vouwde hij op zijn rug en na een korte aarzeling liep hij in de richting van een bladluis. Het leek wel of ik kon inzoomen op die bladluis want ik zag het sap van de plant zijn lichaam ingaan. En terwijl de plant zijn energie verloor zag ik het kleine groene beestje steeds sterker worden. Voor even dan want twee grote scharen knipte het arme diertje zomaar doormidden. Het lieveheersbeestje peuzelde hem op en liep naar de volgende luizenbol, maar zijn opmars stokte bij het zien van de mier. Die mier had inderdaad een missie want het was me meteen duidelijk dat hij niet gediend was van dat monster wat zijn kudde luizen probeerde op te peuzelen. De mier keerde zich om en uit zijn achterlijf spuitte hij een vloeistof precies op het lieveheersbeestje.
Op dat moment voelde ik een harde bries in mijn nek, ik schrok niet maar draaide me toch
snel om en vlak voor kwam de volgende bries uit twee grote neusgaten. De Hooglander, die er van deze afstand een dreigende indruk heeft, was op me af gelopen en leek nieuwsgierig naar wat er nu weer in het gras lag. Ik voelde me echter totaal niet bedreigd door het grote gevaarte.Ik sta op het dier loopt langzaam weg en ik kijk om me heen maar ik weet niet waar ik ben. Het ziet er uit als Nederland. Dat dan weer wel. Ik zie veel gras met aan de randen hogere begroeiing met planten en veel bloemen. Door de rechte lijn vermoed ik dat er een sloot achter ligt. Ik ruik een beetje die muffe geur die ik al sinds mijn jeugd herken op de gekste plekken. In de verte zie ik bomen en veel verschillende gewassen. Ik vraag me af wat er allemaal groeit, maar mijn aandacht wordt getrokken door een reiger die vlak langs me raast. Hij spreid zijn vleugels uit en land op de flanken van de oever van een breed gedeelte van de sloot. Kennelijk zag hij me niet en die gedachte vestigde de aandacht op mijzelf. Ik was zo verwonderd door het onbekende landschap, de kleine beestjes en de verschillende beplanting dat ik mezelf helemaal vergat. Ik blijk een groene overal aan te hebben en oude stevige schoenen. Mijn handen herken ik als de mijne en dat stelt me op een een of andere manier gerust, maar verder? Ik voel mijn gezicht, maar wordt daar niet wijzer van.
Ik: Waar ben ik? Wie ben ik? Ik weet het even niet meer, of misschien wel helemaal niet
meer.
Ik raak verward en begin me van alles af te vragen. Dan zie ik een vrouw op een paard en
besluit naar haar toe te lopen. Wat moet ik anders? Het paard lijkt te drinken en de vrouw
met lange zwarte haren kijkt ontspannen in de richting van de zon. Ik wil hen niet laten
schrikken en begin geluid te maken. Beiden kijken mijn richting op, maar verder verandert er niets aan hun houding. Als ik dichtbij genoeg ben begroet de vrouw me en zegt:
Bea: Hallo, ik ben Bea en wie ben jij?
Ik wil wat zeggen, maar er komt geen geluid uit mijn mond. Ik merk ineens dat ik een
verschrikkelijke dorst heb en mijn lippen aan elkaar zitten geplakt. Ik schraap mijn keel en
probeer het nog een keer
Ik: ik.... ik.... De vrouw stapt van haar paard af en zegt: Wacht, drink eerst wat. Ik pak haar
drinkfles en als ik het coole water in mijn mond voel, gaat er een gevoel van euforie door
mijn lichaam. Ik besefte niet hoezeer ik behoefte had aan vocht en ik genoot met volle
teugen van het verfrissende water. Ik voelde mijn energie groeien en daarbij ook de vraag
over wie ik was en waar ik ben.....
Bea leek aan te voelen wat er zich in mij afspeelde. Ze vertelde me dat ik plaats kon nemen in het gras waar een groot kleed lag en gaf me een brief.
Bea: "Lees hem rustig door en laat het even bezinken. Ik blijf hier nog wel evenā, zei ze op
een geruststellende toon. De brief beantwoorde de twee belangrijke vragen en vroeg mij te
herinneren wie ik wƩrkelijk was of ben. Of liever nog wie ik ben als mƩns. Ik staarde nog
enige tijd vooruit na het lezen van een brief toen in mijn ooghoek een hand verscheen met
een zakje.
Bea: Open het maar. Ik schudde wat uit het zakje op mijn hand. Er vielen drie kleine
keramieken tegeltjes uit met letters erop. Ik zie een L, een E en een O. De vrouw kijkt met
me mee:
Bea: Hoi Leo nu weet je hoe je heet! Ik dacht even dat ze een grap maakte, maar zo gaat dat ik het land van Lincei!
Ik sta op en zie de vrouw voor het eerst goed. Een slanke lange vrouw, maar net wat kleiner dan ik. Ze lijkt zelfverzekerd en vertrouwen te hebben in wie ze is en wat ze doet. Haar zwarte haren hangen los over haar schouders en wiegen mee met de wind. Met een sierlijke beweging haalt ze een lok uit haar gezicht en zegt:
Bea: We zijn hier samen, maar ik denk dat er straks nog meer aankomen. Vind je het leuk om mee te lopen naar de eerste aanzet?
Ik heb geen idee wat āde eerste aanzetā is, maar stem toe mee te lopen. Nu we over het land lopen valt me op dat het land is verdeeld in verschillende stroken. De beplanting, de kleuren en geuren veranderen enkele meter zo lijkt het wel, al zal het in werkelijkheid om de 100 meter zijn geweest. Bea vertelde me dat het grote doel is om voedsel te verbouwen zoals dat bedoeld is en dat zij al een eerste aanzet heeft gedaan.
Bea: Voedsel is leven en geeft leven. Door goed naar de natuur te kijken, luisteren, voelen en ruiken kun je het leven proeven. Dat is wat ik hĆer wil doen. Ik wil voedsel gaan verbouwen gedreven door de natuur en samen met mensen die deze vorm van willen herontdekken.
Leo: Wat een mooi doel. Als ik wat kan bijdragen wil ik dat wel!
Net toen ik wilde vragen of ik wat kon betekenen hoorde ik een harde gil en kort daarop
doffe plons. Een reiger vloog weg van de plaats waar het geluid vandaan kwam. Bea en ik
rende erheen en bleven stil staan bij de slootkant. Daar stond iemand tot zijn heupen in het water. Zijn romp, gezicht en haren waren helemaal zwart van het slib. Het zag er zo grappig uit, maar ik onderdrukte mijn lag. Stak mijn hand uit en vroeg:
Leo: Kan ik je helpen?




Opmerkingen