Het land van Lincei: Nehir
- Orde&chaos
- 31 aug
- 6 minuten om te lezen

4e schrijver route C: Idaline Kastelijn
Op de rug van een paard, mijn handen houden de manen vast terwijl ik mijn evenwicht probeer te bewaren. Het voelt vreemd en onwennig, zeker zonder zadel.
De geur van aarde vermengd met de kruidige geur van de vacht, geven een vertrouwd gevoel. De zachte avondlucht streelt langs mijn gezicht. De wind fluistert geheime verhalen in mijn oor. Weggezonken in gedachte rijden we verder, in een ritme wat aanvoelt als een vanzelfsprekende melodie.
Plots wordt mijn aandacht getrokken. In de verte zie ik drie mensen staan. Hun gezichten stralen van enthousiasme terwijl ze me duidelijk aanmoedigen. Er is geen twijfel of aarzeling, “mijn” paard gaat recht op hen af. Het wordt mij duidelijk dat ik dacht dat ik de controle had, maar daar is niets van waar. Alsof iets onzichtbaars mijn pad leidt.
We minderen vaart als we het drietal naderen. Naast een grote rots stopt het paard.
Bea: Hoi, wat leuk je te zien, Ik ben Bea. Welkom!
Bao: En ik ben Bao. Ik zie dat je Caeruleum hebt leren kennen. Zal ik je van het paard helpen? Als ik het goed zie, kun je wel wat hulp gebruiken.
Met enkele duidelijke aanwijzingen begeleidt Bao mij van “mijn” paard.
We wisselen verschillende blikken uit, ieder in zijn eigen verwondering over deze toevallige samenkomst. De natuur om ons heen voelt bijna magisch aan. Ik hoor de krekels en ruik de geur van .... Bao ziet hoe ik diep inadem, terwijl er een glimlach op mijn gezicht verschijnt als ik een aroma opvang.
Bao: Ik denk dat je de soep ruikt.
Serien: Ik ben inderdaad aan het koken. Hoi, ik ben Serien.
Ik: Wat fijn dat ik jullie tegenkom. Wat een toeval of lijkt dat maar zo?
Serien: Soms duurt het even tot je antwoord krijgt op je vragen. Maar uiteindelijk valt alles op zijn plaats.
Ik volg het drietal en observeer hen aandachtig. Naast de rots brandt een vuur, waar een grote pot met soep boven pruttelt. De geur van vers gekookte ingrediënten vermengt zich met de rook van de vlammen. Rondom het vuur liggen paarse bloemen in een perfecte kring, hun kleur verandert naar roze/violet door de reflectie van het avondlicht.
Alles gaat heel natuurlijk en er lijkt een vanzelfsprekende verdeling van taken te zijn.
Serien ontfermt zich over het vuur en de pan die erboven hangt. Met souplesse legt ze hout op het vuur en roert ze door de pan. Ik kan er uren naar kijken.
Bea begeleidt Caeruleum naar de kudde paarden in de verte. Het valt mij op dat zij weinig woorden gebruikt. In stilte volgt Caeruleum haar. Bao stelt mij talloze vragen en wil alles weten. Geen detail mist hij. Zijn vragen zijn bijna poëtisch geformuleerd.
Bao: Wat bracht jou hier naar dit moment? Was jouw reis net zo ongekend?
Ik denk terug aan hoe de dag begon en begin te vertellen.
De ochtendzon prikt door de wolken heen. Mijn ogen knipperen tegen het felle licht terwijl ik langzaam ontwaak. Het landschap om me heen is vreemd en onbekend. Ik zie een verlaten vallei met planten en struiken. Ik voel de koude aarde onder mijn lichaam terwijl ik mezelf overeind duw. Mijn hart bonkt wild in mijn borst. Paniek overheerst terwijl ik mij probeer te herinneren hoe ik hier terecht ben gekomen. Maar net zoals de ochtend dauw het zicht over het landschap beperkt, blijven mijn herinneringen onzichtbaar voor mij.
De wereld om me heen voelt onecht aan alsof ik in een droom zit waar ik niet uit kan. Ik blijf wanhopig om me heen zoeken naar herkenningspunten. Mijn handen trillen en ik probeer mijzelf rustig te krijgen door beide handen hard tegen elkaar aan te drukken. Ik zucht. Haal diep adem en blaas vervolgens de lucht stevig uit terwijl ik nog harder in mijn handen knijp. Van binnen ben ik een onrustige zee van emoties. De eenzaamheid is verstikkend, de stilte oorverdovend.
Langzaam, heel langzaam, wordt mijn ademhaling rustig en kalmeer ik. Ik sluit mijn ogen en concentreer me op de geluiden om me heen. Het zachte gekabbel van een beekje in de verte. Die simpele, ritmische klank bracht een sprankje rust in mijn chaotische geest.
Stap voor stap dwing ik mezelf te gaan lopen, richting het beekje. Met elke stap voel ik de paniek wegvloeien. Alles voelt nog steeds vreemd, maar ik ben vastbesloten om mijn weg te vinden. Ik pauzeer even met praten. Bea is teruggekeerd en bij ons gaan zitten. Met een groene veter tekent ze figuren in de aarde. Het lijkt alsof ze afwezig is, maar haar opmerkzame oog ontgaat haar niets. Terwijl ze naar mijn verhaal luistert, is ze bewust van elke beweging en fluistering van de natuur.
Bao: Zo, bij het vuur .. waar onze verhalen samenkomen.. Vertel verder, hoe heeft het beekje jou hier naartoe laten stromen?
Ik vervolg mijn verhaal.
Het water stroomt gestaag van boven naar beneden, soepel om de keien heen kronkelend zonder enige moeite. Mijn ogen volgen de beweging van de stroming, terwijl ik luister naar de vogels die hoog boven mijn hoofd voorbijvliegen. Ze volgen dezelfde richting als het water, wat mijn nieuwsgierigheid prikkelt. Waarheen zijn ze op weg? Een opgewonden gevoel borrelt in mij op. Ik besluit de stroom van het beekje te volgen. Aanvankelijk loop ik nog langs de rand, maar al snel waag ik mij tot aan mijn enkels in het ijskoude water. De temperatuur snijdt door mijn voeten en ik voel iedere zenuw onder mijn huid tintelen. Ik wil mijn voeten in het water houden, maar de pijn wordt ondraaglijk. Uiteindelijk geef ik toe aan de kou en droog ik mijn voeten af. Het frisse water heeft me echter een mentale oppepper gegeven en een golf van endorfine door mijn lijf gejaagd. Waar ik me eerst alleen en verloren voelde, overheersen nu euforie en vreugde.
Opgewekt loop ik door. Ik heb geen plan, er is geen weg. Er is alleen mijn besluit om niet achterom te kijken. Op dat moment schijnt de zon ineens sterker door de wolken. Mijn rug rekt zich uit, ik haal nog eens diep adem en ik versnel mijn pas. Vastberaden, op weg naar het onbekende.
Een herkenbare geur dringt mijn neus binnen: een mengsel van aarde met musk. Het heeft iets weg van vers gemaaid gras. Ik kijk nog eens om mij heen, maar twijfel dan sterk aan mijn geurwaarneming.
Ik sluit mijn ogen zachtjes en laat mijn gedachten wegdrijven. In een waanbeeld zie ik een zonnige lentedag. Krokussen en narcissen schieten tevoorschijn in prachtige kleuren. De dagen strekken zich uit, terwijl de eerste lammetjes huppelen in de wei. Alles lijkt opnieuw te beginnen. Het gevoel van wedergeboorte stroomt door me heen, alsof ik deel uitmaak van een magisch ontwaken.
Verschrikt open ik mijn ogen en vind mezelf oog in oog met een paard. Ik houd mijn adem in, bevroren door het onverwachte moment. Maar al snel realiseer ik me dat er geen reden is voor paniek. Het paard buigt zijn hoofd en begint rustig water te drinken uit de beek, zijn zachte slok geluiden breken de stilte van de omgeving.
Was mijn reukvermogen toch niet zo slecht! Maar waar komt hij vandaan? Was ik zo diep in gedachte dat ik hem niet heb gehoord?
Ik besluit mijn tocht tijdelijk te staken en het paard te observeren. De golven in de beek maken prachtige bogen, de wind giert langs mijn haren en weer voel ik de intense behoefte om met mijn voeten in het water te gaan. Echter de herinnering aan de kou doet mij twijfelen. Ik buig over het heldere water en zie mijn reflectie. Een onbekend gezicht, maar één die ik zou leren kennen.
Ik blijf kijken en dan zie ik dat het paard naast mij hetzelfde doet. Samen staren we naar het water. Reflecterende ogen onthullen verhalen van onvervulde dromen. Onze contouren dansen met de golven, en in de stille ontmoeting komt het verleden tot leven. Er valt een zakje in het water, rustig wiegend op de kleine golfjes. Het zakje opent en één voor één ontsnapt er een letter. Tot mijn verbazing blijven enkele letters drijven. Vijf letters (N E H I R) dansen en draaien rond.
Bea: Nehir! Jouw naam is Nehir. Het stromende water wat ons samen heeft gebracht!
Ik begin te zien dat elke gebeurtenis, elke ontmoeting en zelfs elke tegenslag een doel lijkt te dienen, een reden te hebben die ik misschien niet meteen kan doorgronden. Het is alsof het een puzzel is die zich langzaam maar zeker ontvouwt, en ik slechts een pion ben in een veel groter spel.
Serien knielt naast Bea neer, haar vingers volgen de lijnen in de aarde van de inmiddels redelijk grote tekening die Bea heeft gemaakt. Met een geconcentreerde blik pakt ze haar pijl uit de leren band die op haar rug zit. Zorgvuldig begint ze de tekening, de bloemenkrans rondom het vuur te verbinden met het smeulende hout. Iedere beweging is doordrenkt met zorg en precisie, alsof ze de energie van de aarde en de levenskracht van de bloemen door haar pijl laat stromen.
We besluiten met zijn 4-en samen verder op te trekken, nieuwsgierig naar elkaars bestemmingen. Deze onverwachte ontmoeting markeert het begin van een mooi avontuur, vol onbekende paden en gedeelde ontdekkingen.




Opmerkingen