top of page
Zoeken

Het land van Lincei: 5e verhaal

5e schrijver: Margriet van Toledo

Jack



De groep waar Zaga al die tijd op gewacht heeft is compleet en in het dorp. Ze is trots op haar mede-bewoners van Lincei. De paarden hebben de nieuwe gasten een warm welkom geheten en op hun gemakt gesteld. Zig heeft ze wijsheid en vertrouwen gebracht. En Okami, haar lieve Okami, heeft gedaan waar hij het beste in is: de weg wijzen door het onbekende. Ze voelde eerder op de dag al dat Bea niet de enige nieuwe gast zou zijn. Ze voelde dat het Oog nog actief was en zag achter haar oogleden de lynx nog lopen. De komst van Joji verbaasde haar dus niet. Wat haar wel verbaast, is dat ze nog steeds de lynx ziet lopen. Nog een bezoeker? Na al die tijd stilte? Het lijkt haar onwaarschijnlijk. Wat is het plan van de lynx?


Zaga gebaart naar de groep dat het eerst tijd is om te rusten. Ze loopt een stukje buiten de groep naar een hoge rots. Ze gaat in kleermakerszit zitten en sluit haar ogen. Ze gaat op zoek naar de Lynx.


Terwijl Zaga zich heeft teruggetrokken op de rots, heeft Zig de nacht opgezocht. De nacht brengt hem zijn jeugd, zijn kracht en de wijsheid om door te gaan op het pad van de lynx. Joji en Bea hebben samen het kampvuur opgezocht. Ze voelen zich verbonden als de twee nieuwste wezens van Lincei. In hun verwondering, maar ook in hun gevoel van vrijheid en thuis-zijn.


Joji: Het is bevrijdend om niet te weten wie je bent. Ik weet niet wie ik was maar ik voel wel wƔt ik was: ik was bang. Toen ik hier net uit de grond kwam voelde ik dat ik bevrijd was van iets.

Joji zucht en staart een tijdje in het vuur in het vuur voor ze vervolgt: Maar ik las de brief en voelde het weer… de angst en het onbegrip.


Bea: Ja… dat had ik ook. Ik besefte net dat ik hier ben gekomen op een moment dat ik het niet meer zag zitten. Die machteloosheid... Zouden we dat allemaal gemeen hebben, die machteloosheid? Degenen die hier zijn.


Joji: Maar wat hebben we er dan aan nu? Ik zag alleen in een flits de donkerte waar ik vandaan kom. Ik snap niet waar we dan nu heen moeten. Wat doen we hier?


Een stuk hoger dan het kamp en het kampvuur waar Bea en Joji zitten, aanschouwt Zaga met haar ogen dicht wat er gaande is. Ze begint de lynx te begrijpen. Ze ziet de verwarring bij Bea en Joji. Ja, de groep is er. Maar de groep is er nog niet klaar voor. De lynx is nog aan het werk, op zoek naar de missende sleutel om de groep tot het krachtenveld te maken die nodig is om de taak uit te voeren.


---


De volgende ochtend wekt Zig, weer jong, fit en aanwezig, de reizigers. Ze verzamelen zich in een cirkel.


Zig: Ik heb met Zaga gesproken. We gaan jullie vertellen wat wij weten van jullie tijd op aarde en waarom jullie hier zijn gekomen. We moeten onze krachten bundelen om te bedenken hoe we de mensen op aarde laten inzien dat zij goed voor de aarde moeten zorgen. Zoals jullie misschien al weten, verplaats ik mij door tijd en ruimte. Zoals jullie denk ik niet weten, kan ik dit ook delen. Ik laat jullie iets zien. Sluit je ogen.


ā€œHoe kan het toch dat mensen niet beseffen dat wij mensen de aarde onleefbaar maken? Hoe kan het toch dat mensen zichzelf belangrijker vinden dan de aarde en de dieren? Of anders, op zijn minst de generaties na ons? Hoe kan het dat steeds meer mensen juist een hekel krijgen aan ā€˜klimaat’? Als ik hieraan denk voel ik de machteloosheid heb ik zin om het op te geven. Het voelt alsof ik alleen kan kiezen tussen vechten tegen al die naĆÆviteit of zelf ook vluchten door mijn kop in het zand te steken. Ik voel de neiging om te vluchten en ook gewoon te leven alsof er niks aan de hand is. Ik wil ook wel drie keer per jaar op vliegvakantie, vlees, kaas en vis eten zoveel ik wil en elke week nieuwe spullen in huis halen. Als ik dat toch eens kon, zonder te denken aan moeder aarde, zou mijn leven zo makkelijk zijn. Het vervult me niet alleen met angst, ook met onbegrip en woede. Walging zelfs. Hoe kunnen mensen zo zijn?ā€


Bea: Maar… dat… dat ben ik. Toch? Ik ken degene die daar loopt. Ze voelt zo vertrouwd, zo eigen, en toch weet ik het niet zeker. Maar ik denk het echt. Ik ben dat, toch?


Zig: Klopt, Bea. Ik heb jou gezien daar. We gaan verder. Sluit je ogen weer.


ā€œZo hard nadenkend dat ik mijn gedachten bijna letterlijk kan horen. Wat moeten we nu? Hoe krijgen we mensen allemaal weer met de neuzen dezelfde kant op? Het is crimineel dat mensen nu niĆ©t bezig kunnen zijn met moeder aarde. We moeten de barricades op! We moeten langs de deuren. Iedereen moet het weten: de aarde gaat eraan!ā€


Joji: Tja… dan ben ik dit. Ik voel het meteen.


Bea: Dus wij zijn hier omdat wij ons wĆ©l zorgen maakten om de aarde? Omdat wij de aarde wĆ©l beter wilden maken. Alleen we wisten… weten niet hoe.


Joji: Nou, ik had best veel plannen zie ik… En toch voelde ik me machteloos.


Caeruleum begint de snuiven en met zijn voorste voet in de grond te graven. Zig kijkt naar hem en snapt het.


Zig: We moeten door. Cearuleum heeft een volgende bestemming.


Op afstand van de groep lag Okami geduldig te wachten. Maar op dit signaal van Zig springt hij op en laat een luide huil horen. Eindelijk! Aan het werk.



Ik word wakker en zie dat ik onder een boom lig. Vlak boven mijn hoofd ritselen een heleboel bladeren in een zachte bries heen en weer. Ik lig op de grond dus de takken van de boom zijn vlakbij de grond. Ik sta op, een beetje versuft, en zie dan dat het een treurwilg is. Ik lag te slapen onder een treurwilg? Ik bekijk de boom. De grote bast met diepe rimpels doet me ergens aan denken. De rimpels lijken wel een soort gezicht te vormen. Grappig. Met mijn armen haal ik de hangende takken opzij zodat ik buiten de boom kan kijken. Ik zie een landschap dat ik niet herken. Waar ben ik?

Als ik nog wat takken opzij haal om het beter te kunnen zien, zie ik mijn armen. Mijn huidskleur verbaast me en ook de vorm ziet er gek uit. Al weet ik niet of die verbazing komt doordat ik er eerst anders uit zag. Ik herken het nu in ieder geval niet als ā€˜van mij’.

Mijn ogen gaan terug naar mijn omgeving. Wat is dit voor plek? Ik zie veel groen en een beekje, maar geen gebouwen. Leeft hier niemand? Ik voel paniek opkomen: hoe blijf Ć­k hier dan leven?

Ik ga naast de beek zitten. Ik heb dorst maar ik voel een hoge drempel bij drinken uit een beek. Het lijkt me smerig. Ik kijk een stukje stroomopwaarts. Hoe weet ik of ik hieruit kan drinken? Ik heb zo’n dorst. Ik ga toch maar lopen en hopen dat ik ergens een kraan tegenkom met drinkwater. Er zal hier vast een dorp zijn.


Zig ziet de nieuwe gast naderen. Van Zaga begreep hij dat er een nieuwe gast zou komen en ze hebben hun best gedaan te achterhalen waar deze gast zou komen zodat Zig vooruit kon gaan om hem snel op te zoeken. De rest van de groep staat te trappelen om aan de slag te gaan dus hij wil deze gast snel bij de groep voegen. Hij zit op Caeruleum en heeft nog een paard bij zich.


Ik loop al een tijd en nog steeds geen water. Maar dan ineens in de verte… twee paarden. Op een van de twee paarden zit iemand. Een huivering trekt langs mijn rug. Ik heb niks met paarden. Ze zijn zo groot en zwaar. Een vage herinnering komt op van een paard die op mijn tenen staat op een plek waar heel veel paarden rondlopen. De machteloosheid van toen overvalt me nu weer. Ik wil niet naar die paarden lopen. Maar iets in mij trekt me er toch naartoe. Misschien dat er een mens op een van de paarden zit. Een mens met water?


Ik loop erheen maar het wordt niet duidelijker als ik dichterbij kom. Ik zie een jeugdige persoon met een oude blik. In zijn, of haar, ogen zie ik antwoorden en vragen tegelijk. Ik wil weg van dit onbekende wezen maar ik voel ook aantrekkingskracht.


Zig: Welkom beste reiziger! Ik ben Zig, dit is Caeruleum en dat is jouw paard. Je bent in het land van Lincei. Voor we kunnen gaan heb ik eerst deze brief voor je.


Jack pakt de brief van Zig aan, al blijft hij achterdochtig. Wat is dit voor gast?


Zig heeft tijdens het lezen zwijgend toegekeken, zonder oordeel. Als Jack klaar is vult hij de informatie aan.


Zig: we hebben inmiddels begrepen van de lynx dat jij de laatste schakel bent in dit verhaal. Jij bent wie we nog missen. Weet je inmiddels al een beetje waarom?


Jack: om eerlijk te zijn… ik snap er helemaal niks van. De aarde redden van het klimaatprobleem? Dat klinkt als klinklare nonsens. Dus nee. Ik heb geen idee waarom jullie mij nodig hebben.


Zig: jij vertegenwoordigt een belangrijke groep van de mensheid. Op aarde heb je veel geprotesteerd tƩgen klimaatdemonstraties. Het bloembollenbedrijf van jouw familie heeft de afgelopen decennia veel problemen gehad door de steeds veranderende milieuregels en jij bent je hiertegen gaan verzetten.


Jack: nou, dat klinkt alsof ik goed bezig was.


Jack probeert zijn nonchalante houding tegenover dit rare wezen vast te houden, maar er begint iets te dagen. Hij voelt weer de frustratie en onmacht. Hij ziet twee oudere mensen aan een keukentafel zitten, over hele bergen papierwerk gebogen. Hard hun best aan het doen om het bedrijf toekomstbestendig te maken, qua duurzaamheid maar inmiddels vooral ook financieel.


Zig blijft zwijgend naar hem kijken.


Jack voelt dan in een flits ook weer wat hij daar miste: bestaansrecht. Hij voelde zich op een gegeven moment alsof alles waar hij voor stond, wat voor hem belangrijk was, wat zijn cultuur en identiteit was, niet meer mocht bestaan in deze ā€˜moderne tijd’. Hij voelt de zwaarte en somberheid. Dat is het punt waarop Zig inhaakt.


Zig: we hebben allemaal ons verhaal en dat heeft ons hier gebracht. Iedereen mag bestaan op aarde. We moeten samen ontdekken hoe. Ga je met me mee?


Na de reis van Zig en Jack zit de groep voor het eerst compleet bij elkaar. Onwennig kijken de gasten elkaar aan. Joji en Bea voelen allebei dat er iets is met Jack. Met elkaar voelden ze een automatische klik, met Jack hebben ze dat niet. Waarom zou dat zijn? Tot nu toe was hun reis betoverend. Het Land van Lincei is prachtig en zit vol wonderen en aardige wezens. Wat moeten ze met deze stuurse man die hier is bijgevoegd en die niet de ontdekkende blik heeft die zo kenmerkend is voor wezens in Lincei?


Zaga: reizigers, we kunnen beginnen.

Ā 
Ā 
Ā 

Opmerkingen


Ā© 2023 by Orde & Chaos 

bottom of page