Het Land van Lincei: Maleq
- Orde&chaos
- 6 dagen geleden
- 9 minuten om te lezen

2e schrijver route B: Margien Reuvekamp
Vanuit een diepe droomloze slaap schrik ik wakker. Kleine druppels lopen langs mijn
voorhoofd, ik zweet. Met mijn mouw veeg ik langs mijn hoofd, pff aarde in mijn mond. Ik
voel me warm en duf, mijn ogen moet ik tot spleetjes houden want de zon schijnt fel, het is al dag.
Loom kom ik overeind en kijk om me heen, Wat ik zie is oneindig landschap. Ik kan ver
kijken, omdat er voornamelijk lage begroeiing is. Van verbazing schud ik mijn hoofd.
Ik: Wow, wat een onbekende plek, waar ben ik? Hoe ben ik hier terecht gekomen ? En
hoelang heb ik wel geslapen?
Zoals meestal als ik mezelf vragen stel krijg ik niet direct antwoord. Dat komt nog wel. Eerst
moet ik beschutting zoeken voor de zon. Bomen heb ik nodig. Ik besluit te gaan lopen om
me wat te kunnen oriënteren. Wat is het heet zeg. Ik schat dat het al rond het middag uur is aan de zon te zien. Mijn horloge aan mijn pols geeft me gelijk, het is kwart voor twaalf.
Wanneer ik een paar stappen zet merk ik dat mijn bloed weer gaat stromen en voel ik mijn
lichaam tot leven komen. Pas dan merk ik dat ik een rugzakje op heb. Niet zo groot, en
omdat hij zo licht is had ik het nog niet eerder opgemerkt. Nieuwsgierig zwier ik hem van
mijn rug naar voren om hem te openen. Wat zou ik bij me hebben, ik kan me niet
herinneren wat ik erin heb gedaan. Het is een schrift, een potlood, een verrekijker, een klein
mesje en een zak. Geen eten of drinken helaas, wat moet ik hier nu mee. Het schrift is al
aardig vol geschreven, ik herken mijn handschrift en zie data, plaatsen en beschrijvingen.
Kleine tekeningetjes van paddenstoelen illustreren de teksten.
Ik; Mmmm niet slecht, paddenstoelen interessant.
De hitte laat me besluiten mij er later meer in te gaan verdiepen. Eerst op zoek naar bomen en beschutting. Ik pak de verrekijker en richt die op de horizon. In de verte lijk ik een woud te zien, met daarnaast een rots formatie. Daar moet ik heen. Het is moeilijk in te schatten hoe ver het lopen is dus beter maar beginnen met lopen. Ik loop uren door het landschap, langs lage struiken en bosjes. Af en toe schiet er iets voor mijn voeten weg maar ik kom niet veel levende wezens tegen. Het herhalende beeld van het
landschap geeft me de gelegenheid om na te denken, na te denken over wat er is gebeurd en wat mij hier heeft gebracht. Het zijn flarden van herinneringen die ik zie, ik kan er geen
touw aan vast knopen. Ik zie een boerderij en een vrouw. Ze staat met haar rug naar me toe dus ik zie haar gezicht niet. En ik zie een kat op het erf en een koe. Het is gek, de kat heeft een soort puntoren. De beelden vervagen ook weer en ondertussen lopen mijn benen maar door. Die worden niet zo snel moe merk ik, die zijn jong en sterk. Wanneer ik aankom bij het woud begint het te schemeren, de lucht is echter nog helder en warm.
Dan, als aan de grond genageld, sta ik stil en wrijf in mijn ogen. Een groep paarden komt me tegemoet en op een van de paarden, een zwart wit gevlekt paard, zit een jonge vrouw.
Bea: Hallo.. Ik ben Bea en wie ben jij?
Gedachten flitsen door mijn hoofd.
Ik: Hee is dit de vrouw van de boerderij? ... en de koe uit mijn herinnering ..... nee dat kan
niet dat was een oude vrouw. Pff het is een paard sufferd....
Ik verberg mijn schrik en bedenk me dat ik alert moet blijven. Want ondanks dat ik wel blij
ben dat ik iemand tegen kom, heb ik nog steeds geen flauw idee waar ik ben. Ik kijk naar de andere paarden. Het lijkt erop dat ze alleen is. Alleen met een kudde paarden.
De warme lucht voelt als een deken. De warmte is prettig nu de zon onder is en ik ben op
een bepaalde manier ontspannen merk ik. Dan realiseer ik me dat ik haar nog niet heb
geantwoord. Ik haal mijn hand door mijn haar en zeg;
Ik: Ha dag Bea, ik zou me graag aan je voorstellen maar ik ben mijn naam vergeten... ‘Wat
een binnenkomer... wie vergeet nou zijn naam’ Dat komt omdat ik.... Nou ja te lang
geslapen heb...
Ik denk dat ik bloos, maar dan recht ik mijn rug en zeg nonchalant,
Ik: Ach het is maar een naam.... Het maakt niet uit, ik kom er wel weer op.
De jonge vrouw op het paard kijkt me aan met donkere ogen en lacht. Haar lach is
ontwapenend.
Bea: Dat klopt. Zo is het bij mij ook gegaan. Hier, deze letters zullen je helpen je naam te
herinneren.
Ze gooit een klein groen zakje naar me. Voorzichtig kijk ik in het zakje en slaak een zucht
van verlichting.
Ik: Ha letters, daar hou ik van, daar kan ik wat mee! Meer dan met een kudde paarden...,
denk ik, maar ja dat terzijde.
Met één hand graai ik in het zakje en pak er 7 letters uit. Ze liggen ondersteboven en over elkaar heen maar ik zie gelijk mijn naam.
Ik: Maleq heet ik.
Met een opgetrokken mondhoek kijk ik haar tevreden aan, mijn borst vult zich met warmte,
ik ben trots op mijn naam voel ik. Ik kijk naar de jonge vrouw op het paard. Ze heeft een
rode jas aan en blauwe fluwelen schoenen en haar haar valt in donkere zwarte lokken om
haar gezicht en over haar schouders. Ze lijkt én breekbaar én sterk tegelijkertijd. Echter lijkt
ze niet erg onder de indruk van mijn naam dus ik verander snel van onderwerp.
Ik: Wat doe jij hier Bea, en waar ga je heen?
Bea : Neem een paard dan rijden we verder langs de rivier het woud in, en zoeken we een
plek om te overnachten. Dan vertel ik je alles over wat ik tot nu toe weet.
Bij de gedachte dat ik paard moet rijden slik ik even, maar mijn voeten willen rust en ik kies
een paard. Als ik merk hoe makkelijk ik vervolgens op het paard stijg ben ik verbaasd.
Welkom Maleq. Het paard gooit zijn manen in de wind en begint fier te stappen; mijn naam
is Adriaan. Verrast kijk ik naar de bruine hals van mijn nieuwe reisgezel, praat het paard nu
tegen me? Ik hoor niet een stem toch versta ik hem wel. Wauw Adriaan, zo te zien ben je
trots op je naam. Het paard houd zijn hoofd schuin en kijkt me aan. Trots op mijn naam? Wat bedoel je? Dat kan helemaal niet. Ik ben gewoon een paard en daar geniet ik van.
Mmm …nou ja ik kijk om me heen waar Bea is. Ze wenkt me en we lopen met de kudde
paarden achter ons aan het woud in.
Ze vertelt over haar ervaring van wakker worden, haar zoeken naar tekens en het duizelen,
de intense kleuren en het visioen van Lynx. Ze laat me een brief zien met een route kaart. Ik bekijk de kaart. Het zegt me niet zoveel, hoelang is de route en wat is het doel van de route.
Vragend kijk ik haar aan.
Ik: Denk je dat ik ook uitgenodigd ben door Lincei voor deze missie?
Bea: Ja toen je zei dat je je naam vergeten was wist ik dat je mij zou gaan vergezellen. Ik ben blij dat ik je tegen ben gekomen. Ik ben niet graag alleen en misschien als jij nu bij me bent durf ik wel in de draaikolk te blijven en me over te geven aan de kleuren.
Bij de eerste open plek in het woud stoppen de paarden. Bea en ik kijken elkaar aan, dit is
een perfecte plek voor de nacht, en we stijgen af. Adriaan schud zijn hoofd en buigt gelijk
voorover om te gaan grazen. Wij laten ons vallen in het gras wat zacht is en nog warm van
de zon. Het was een lange dag en we besluiten dat we gaan slapen en morgen verder praten.
Bea: Misschien kunnen we morgen kijken of we een ritueel kunnen doen om meer
informatie te krijgen van de Lynx
Ik: Goed idee. Dat zal ons hopelijk verder helpen. Welterusten Bea, morgen worden we
samen wakker.
Ze glimlacht tevreden en kruipt tegen me aan. Alsof we elkaar al jaren kennen vallen we
beiden in een diepe en rustige slaap. De volgende ochtend als ik wakker word staat Bea
naast me. Ze heeft de fles gevuld met vers water uit de rivier.
Bea: Opstaan Maleq. De nieuwe dag roept ons, ik heb het idee dat we vandaag de Lynx gaan zien en ik heb zoveel vragen.
Het water is heerlijk verfrissend. Wat een dorst had ik. Ik rek me uit, beetje stijf ben ik wel,
dan krijg ik een por in mijn rug. Het is Adriaan, die duwt zijn grote neus in mijn rug.
Ik: Môge Adriaan.
Hij briest. Ik kijk naar hem en vraag me af; is hij nu aan het lachen of probeert hij me iets
anders duidelijk te maken. Jammer dat ik hem nog niet helemaal versta. De paarden staan
lekker te grazen in de ochtend zon, ik snuif de geur op van het gras en het woud en realiseer me dat ik honger heb. Wat een gemak voor de paarden, ze hoeven maar hun hoofd te buigen en ze hebben te eten. Binnen hand, eh tand bereik. Waarom is eten voor ons zo ingewikkeld? Dan denk ik aan mijn paddenstoelen schrift, zou hier informatie in staan over eetbare paddenstoelen? Of bessen. Hoe kan ik testen of ik niet dood ga van bessen. Moet ik ze dan toch proeven? Bea die weg was gelopen komt weer aanrennen.
Bea ; Kom!. Ik heb een prachtige plek gevonden voor ons Lynx ritueel.
Ze neemt me mee, we lopen dieper het bos in en komen bij een enorme boom met een
doorsnee van wel 2 meter. Wijd gespreide takken vol grote bladeren omarmen de omgeving.
Om de boom heen is het stil en leeg. Er groeien geen andere planten onder de boom, hij
staat alleen. We gaan zitten onder de grote takken van de boom en vallen stil. Het voelt als
grote vleugels waar we onder schuilen. Zo zitten we een tijdje. Ik kijk naar Bea die in een
soort trance lijkt.
Ik; hoe gaat het Bea? Vind je het fijn om onder deze boom te zijn?
Bea knikt. Ze kijkt me stralend aan.
Bea: Hier is de Lynx, ik voel de wijsheid van de Lynx. Hier kan ik vragen stellen.
Ik; Wat wil je vragen Bea?
Bea; Nou gewoon, waarom we hier zijn? Wie we zijn, wat we moeten doen? En waar
moeten we heen? Wil jij dat niet weten?
Ik weet het niet, ik was eigenlijk nog bezig met bessen en paddenstoelen. Wat heb je aan een Lynx, hij legt geen eieren en voor zover ik weet kan je een Lynx niet eten. Maar ik hou mijn gedachten voor me.
Haar stem wordt zachter en langzamer, haar ogen draaien en dan zakt ze languit neer op de grond. Het lijkt of de wereld stil staat, of de vogels stoppen met fluiten en de rivier stopt met stromen. Alsof we alleen nog de zachte ademhaling voelen van de aarde. Ik krijg kippenvel over mijn armen en benen en over de achterkant van mijn hoofd. Dan pak ik haar hand.
Ik: Ik ben hier Bea, je bent niet alleen, blijf daar waar je bent, stel je vragen.
Het blijft stil, ze beweegt niet. Ik kan niet aan haar zien of zij iets ziet of hoort. Ze heeft haar
ogen dicht. De stilte is intens, zelfs de bladeren bewegen niet. Geen idee hoelang we zo
zitten maar dan opeens hoor ik de rivier weer stromen en fluit er een vogel. Bea opent haar ogen. Verwachtingsvol kijk ik haar aan. Ze ziet er moe uit maar haar ogen fonkelen.
Ik: Wat heb je gezien? ... Heb je de lynx gesproken? Bea, ... Bea zeg iets!
Bea: ik heb de Lynx gezien,,, en als ik in zijn ogen kijk dan gebeurd er zoveel. Het was heel
spannend om in de draaikolk te blijven en de kleuren zijn zo intens. Zo mooi dat het
onwerkelijk lijkt.... De Lynx is zo wijs en imposant.... Ik durfde niets te vragen.... Sorry... het
was me ontschoten dat ik vragen had.
Ze kijkt me aan met grote ogen. Ik slik mijn teleurstelling weg. Dan springt ze op en danst in
het rond. En gooit haar voeten een voor een in de lucht.
Bea: maar... ik heb wel een aanwijzing gekregen; mijn voeten .... Die weten het!
Ik snapte niet wat ze bedoelde. Ze praatte raar.
Ik: Voel je je goed Bea, wat bedoel je, wat weten je voeten?
Bea: soms kijk ik naar mijn voeten en vraag ik me af of ze wel van mij zijn. Dat heb ik al
sinds ik klein meisje ben. Nou ja ze voelen wel van mij maar het lijkt alsof ze iets anders
willen dan ik. Nu heb ik gezien in de ogen van de Lynx dat mijn voeten de weg weten. Ik
moet ze gewoon volgen en op pad gaan. Niet stilstaan!
We keken allebei naar haar voeten.
Ik: En waarheen weten ze de weg Bea?
Bea: tja dat weet ik dus niet... Of wist ik het wel, ben ik het vergeten? ... Zullen we naar de
paarden gaan? Dan rijden we verder het woud in en zien we wel waar de paarden en mijn
voeten ons brengen.
Ze loopt weg, zelfverzekerd en zonder om te kijken. Het verbaast me niet. Eigenlijk ging ik er al die tijd al vanuit dat zij de weg weet. Dat ze voorop loopt. Wat een gekke en verrassende reis is dit zeg. Ik bries van plezier. De paarden staan op de open plek te wachten om weer te gaan lopen. We bestijgen allebei ons paard en sporen die aan.
Het zwart/wit gevlekte paard hinnikt en begint te lopen. Voorop. De kudde volgt en we
rijden dieper het woud binnen.





Opmerkingen